Oprah en het oneindige lijden

oprah1

Wereldwijd kijken er 70 miljoen mensen in 145 landen naar haar show. Time Magazine verkoos haar tot een van de meest invloedrijke personen van de 20e eeuw. Volgens Vanity Fair heeft ze meer macht dan welke politicus, wetenschapper of religieuze leider ook. Ze was de eerste vrouwelijke Afro-Amerikaanse miljardair. Ze heeft een eigen productiestudio, een radiostation, een tijdschrift, een school en een wet. Er zijn honderden boeken over haar geschreven, Fran Lebowitz noemde haar ‘bijna een religie’. Ze is een rolmodel, een filantroop, een icoon, oftewel: een instituut. 25 jaar lang maakte ze elke dag the Oprah Winfrey Show. Komende woensdag is in de Verenigde Staten de allerlaatste aflevering op tv. Wat laat Oprah Winfrey ons na?

Ooit werd televisie geregeerd door stijve, witte mannen en vrouwen. Nieuwslezers brachten ons op de hoogte van de grote gebeurtenissen, in praatprogramma’s wisselden intellectuelen meningen en ideeën uit. Talkshows bestonden wel maar de presentatoren ervan interviewden hun gasten op een afstandelijke, haast neerbuigende manier.

En toen was daar in 1986 plotseling Oprah: een zwarte, emotionele vrouw die vanaf de allereerste uitzending ziel en zaligheid deelde met haar publiek. Oprah vertelde alles, over haar jeugd waarin ze seksueel was misbruikt, over haar verslaving aan cocaïne toen ze twintig was, over de foute vriendjes die ze had gehad. Ze groeide op zonder stromend water, later werd juist overvloed een probleem. Haar eeuwige strijd tegen de kilo’s kwam bijna elke show voorbij.

Aanvankelijk waren Oprah’s gasten vooral vreemde snuiters, mensen die dachten ontvoerd te zijn door aliens, af en toe wat Ku Klux Klan leden, en Truddi: de vrouw met 92 persoonlijkheden. Het grote succes kwam echter begin jaren ’90 toen Oprah ‘de gewone man’ uit ging nodigen. Identificatie werd het doel. Wat al deze gewone mensen gemeenschappelijk hadden was dat ze allemaal, net als Oprah en veel kijkers thuis, hele erge dingen hadden meegemaakt.

Elke show was in principe hetzelfde. Oprah relateerde haar eigen verhalen aan die van haar gasten, met een hand op hun arm en in haar ooghoek een meelevende traan, en smeedde zo een groter, menselijk verbond. Want niet iedereen is misschien rijk en beroemd, maar iedereen lijdt, of heeft dat gedaan. Daarin herkennen we elkaar en zijn we één.

De Wall Street Journal sprak destijds van Oprahfication: ‘Public confession as a form of therapy.’

Niet langer werd de kijker van bovenaf verteld wat hij moest denken en vinden, voortaan stonden gevoelens centraal. Oprah wilde haar kijkers laten zien dat ze niet alleen stonden in hun pijn en verdriet, er was altijd wel iemand die zich ooit in dezelfde positie had bevonden als zij.

Maar, en dat was het therapeutische aspect van haar show, hoe wreed de spelingen van het lot ook voor haar gasten waren geweest, hoe erg de dingen ook die ze hadden meegemaakt (en er kwam heel wat voorbij: een moeder die haar drie kinderen per ongeluk dood reed, een jongen die de eerste zes jaar van zijn leven vastgeketend had gezeten in een kast, een man wiens hele familie door overvallers werd vermoord), allemaal hadden ze de ellende weten te overwinnen. Door te vertrouwen op hun eigen kracht en te luisteren naar hun innerlijke stem waren ze er misschien niet beter, maar wel rijker en wijzer uit gekomen.

Deze catharsis was essentieel in the Oprah Winfrey Show. Oprah presenteerde het lijden als potentiële krachtbron, leed als een transcendentale ervaring, een spirituele les. Via pijn en verdriet lag verlossing in het verschiet. Daarom had Oprah het ook zo vaak over haar tragische jeugd, juist om aan te tonen dat de mens uiteindelijk heer en meester is van zijn eigen lot. Haar succes vormde de ultieme bevestiging van haar boodschap. Ze was het lichtende voorbeeld, het referentiepunt. Kijkers trokken zich op aan haar, aan haar sussende belofte dat alles goed zou komen, echt waar, ‘kijk maar naar mij’.

Wie anno 2011 om zich heen kijkt ziet de Oprahficatie overal. Publieke confessies van gewone mensen met een heleboel tranen erbij. Extreme Make-Over en de Home Edition ervan. Bonje met de Buren en Help, mijn man is een klusser. Vermist en Hello Goodbye. Ik Vertrek en Het Roer Om. Het zijn televisieformats die rechtstreeks van the Oprah Winfrey Show afkomstig zijn. Allemaal draaien ze om leed. Deelnemers gaan gebukt onder hun uiterlijk, hun behuizing, hun buren, hun echtgenoot of de afwezigheid van hun geliefden. Iedereen is in gevecht, in een poging meer van het leven te maken dan het nu is.

En ook in programma’s als X-Factor, Idols, Project Catwalk of America’s Top Model staat dat gevecht centraal. Wat de deelnemers zoeken is erkenning, ze willen worden gezien. Niet alleen vanwege hun talenten, maar vooral ook als persoon. Zodoende komt ook hier de nodige ellende voorbij. In America’s Next Top Model is er altijd wel iemand die uit een achterstandswijk komt, iemand die vroeger gepest is, iemand die brandwonden of een andere afwijking heeft. Bij X-Factor of Idols worden liedjes continu opgedragen aan overleden oma’s of afwezige vaders, een nare jeugd wordt altijd vermeld. Niemand houdt het droog.

‘The Glamour of Misery’ noemt de Marokkaans-Israëlische sociologe Eva Illouz het in haar boek Oprah Winfrey and the Glamour of Misery: An Essay on Popular Culture. Met haar show heeft Oprah het lijden aantrekkelijk gemaakt. Door pijn en verdriet steeds opnieuw in het kader van spiritualiteit te plaatsen en het te verbinden aan de ‘ziel’ (een typisch Oprah-woord), verhief ze het tot de kern van wat het betekent om mens te zijn.

Pijn als teken van menselijkheid, via je je verdriet laat je zien dat je bestaat. ‘Tales of woe confer the right to be recognized as an individual’, schrijft Illouz. Het geeft haast een morele superioriteit: zij die lijden weten wat leven is.

De catharsis, de les, die voor Oprah nog zo belangrijk was, verdwijnt daarmee steeds meer naar de achtergrond. Het lijden zelf is centraal komen te staan. Wel de confessie, niet het therapeutische effect.

Het is een ontwikkeling die ook goed zichtbaar is in de literatuur, of beter gezegd de lectuur. Synchroon aan de toenemende populariteit van Oprah was in de jaren ’90 het zelfhulpboek een groot succes. Mensen die wilden weten hoe ze moesten genieten van het nu, hoe ze moesten begrijpen dat goede mensen soms slechte dingen overkwamen, snelden massaal naar de boekwinkel. Net als in the Oprah Winfrey Show stond de verbetering van het zelf centraal.

De afgelopen jaren heeft zich echter een nieuw genre aangediend: de getuigenisroman. ‘Tragic Life Stories’ is de officiële benaming, in veel Engelse en Amerikaanse boekwinkels heeft het al een eigen kast. Daarin prijken titels als Please, Daddy, No, Fragile en Alone: the heartbreaking story of a neglected child.

Volgens Eva Illouz zijn we in het Westen geobsedeerd geraakt door pijn en verdriet. Zozeer dat zelfs de meest banale gevoelens als groot leed worden gepresenteerd. De inhoud maakt plaats voor de vorm. Een paar weken geleden deed zich hiervan een goed voorbeeld voor op de Nederlandse tv.

In het RTL5 programma The Ultimate Dance Battle moest jurylid Isabelle een keuze maken tussen twee dansers. Een van beiden zou verder aan het programma mee mogen doen, de ander moest direct naar huis. Isabella barstte in een hysterische huilbui uit. Ze kon het niet aan, snikte ze. De voice-over meende dat hier sprake was van ‘Isabelle’s Choice’: een referentie naar Sophie’s Choice, de film waarin Meryl Streep een Joodse vrouw speelt die tussen haar zoon en dochter moet kiezen om afgevoerd te worden naar de gaskamer.

‘They had to say No’, legde de presentator naderhand uit. ‘That’s tough. That’s emotional.’

Dat valt wel mee, maar het gaat om de suggestie. Als pijn en verdriet je menselijk maken, je een morele superioriteit verschaffen, zijn tranen het meest logische bewijs daarvan.

Ik huil dus ik besta.

Toen Balkenende in 2010 gevraagd werd om een reactie na de val van het kabinet, was het eerste dat hij zei dat ‘er wel een paar tranen gelaten waren.’ Maxime Verhagen overtuigde het CDA congres om met de PVV in zee te gaan door met gesmoorde stem over de partij-liefde van zijn vader te beginnen. Wouter Bos stapte huilend op als fractievoorzitter.

‘All pain is the same’, zei Oprah in een uitzending waarin het publiek bestond uit tweehonderd mannen die in hun jeugd seksueel waren misbruikt. Het is de formule die ze de afgelopen 25 jaar steeds heeft gevolgd: leed omsmeden tot een alomvattend, menselijk verbond. Sociaal-economische structuren verdwenen in haar show buiten beeld, een zwarte bijstandsmoeder en een blanke arts waren aan elkaar gelijk: gewoon twee mensen met verdriet.

In de besloten wereld van the Oprah Winfrey Show werkte dat. Kijkers herkenden zich in haar verhalen en die van haar gasten, ze vonden troost in haar spirituele wijsheden. Oprah maakte het lijden draaglijk.

Maar inmiddels reikt haar invloed veel verder dan dat. De hele populaire cultuur is min of meer ge-Oprahficeerd. En in die buitenwereld is zeker niet alle pijn hetzelfde. Het verdriet van een jurylid heeft niets te maken met het verdriet van een vrouw die haar kinderen verloren is. De pijn van een oorlogsslachtoffer in het journaal niets met de zogenaamde pijn van een politicus. En toch huilen ze tegenwoordig even hard. Het lijden is uitgehold, verworden tot aankleding.

Wat daar de consequenties van zijn maakt niemand beter duidelijk dan Oprah’s protegee Dr. Phil.

Op 4 oktober 2010 had de tv-psycholoog de negentien jarige Stacey te gast in zijn show. Stacey heeft haar hele leven in pleeggezinnen doorgebracht. Ze is seksueel misbruikt door haar vader en geslagen door haar stiefvader. Haar echte moeder is vermoordt, haar pleegmoeder gestorven aan kanker. Stacey woont momenteel bij haar zeventien jarige zwangere zus.

Dr. Phil kondigt aan dat hij een vraag gaat stellen die Stacey zal verrassen. Na het reclameblok, we zijn zo terug.

‘Hoe kan ik je helpen?’, is de vraag.

‘Ik heb hulp nodig om het verlies van mijn moeder te verwerken’, antwoordt Stacey.

‘Je hebt het heel moeilijk?’ vraagt Dr. Phil.

‘Ja’, knikt Stacey gedwee.

Dr. Phil legt het richting de camera uit. Stacey is namelijk net weer gaan studeren en de bus is ver van haar huis. Daarom geeft JC Penney haar een 1000 dollar giftcard, en ook één aan haar zus. En Follen geeft vier haar lang gratis boeken want elke student heeft boeken nodig, en Red Box Photo geeft haar een fotosessie, inclusief een make-over, en AT&T geeft haar een gratis telefoon, ‘Je moet leren ontvangen’ zegt Dr. Phil, want daar komt het, de klap op de vuurpijl, loop maar even mee naar buiten: een Jeep Patriot. Zodat Stacey nooit meer hoeft te lopen naar school. Chuck van Prestige Las Vegas legt nog even uit wat een fantastische auto het is en Race T Rac geeft 2000 dollar aan benzine: ‘Veel plezier ermee!’

Achter het stuur van haar nieuwe Jeep zit Stacey er verdwaasd bij. Ze lacht niet, ze huilt niet, ze kijkt vooral alsof er ergens iets niet helemaal klopt.

Oprah Winfrey wist haar gasten en kijkers als geen ander troost te bieden. Met haar oneindige begrip was ze als een goede vriendin, tegelijkertijd fungeerde ze door haar inzichten als een rolmodel. Ze was geloofwaardig door alles wat ze zelf had meegemaakt, alle ellende die ze overwonnen had. Het maakte haar de belichaming van de kracht die elk mens in zich heeft. Aanstaande woensdag stopt ze ermee. Maar wie brengt er daarna nog verlossing? Wie biedt er dan nog hoop? Zonder de authenticiteit van haar aanwezigheid, de belofte van een beter leven die ze bood, rest enkel een holle schil. Het gemeenschappelijke lijden maakt plaats voor een allesoverheersende sentimentaliteit waarbij elk verschil – tot vreugde van middelmatige televisiemakers die kijkers willen trekken, middelmatige schrijvers die met middelmatige boeken streven naar een plek op de best-sellerlijst, middelmatige politici die hun menselijkheid willen tonen, en grote bedrijven die hun producten willen slijten door te pretenderen een doekje voor het bloeden te zijn -, in een zee van tranen verdwijnt.

Net als Stacey blijft de toeschouwer verdwaasd achter.

Dit artikel verscheen op zaterdag 21 mei 2011 in NRC Handelsblad

Geef een reactie