Recensies

De Volkskrant, NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland over Lily.

26 maart 2011 – De Volkskrant (Danielle Serdijn)

Een blije hoer, die zie je niet vaak in actualiteitenrubrieken. Wel in de bijzondere filosofische roman van Marian Donner.

Soms zegt ze: ‘Ik ben zo oud als het leven zelf, ouder dan God of de Duivel, die oude geilaards, ik ben de mens, in hoogsteigen persoon!’ En dan lacht ze, en de klant lacht voorzichtig met haar mee, ook al begrijpt hij niet wat er zo grappig is.

Aan het woord is Lily, in de gelijknamige roman van Marian Donner. De dochter van de schaakgrootmeester debuteerde in 2006 met 08.30 uur: Opstand. Ze was actief in de Amsterdamse politiek en werkzaam in het nachtleven. Enige tijd terug schreef ze in NRC Handelsblad een betoog tegen het invoeren van de zogenaamde peespas, het pasje dat prostituees in de toekomst beter traceerbaar zou maken. De peespas is van de baan maar, zo meent Donner op haar website: de wereld wordt almaar complexer. De overheid zal toch proberen om de meerduidige werkelijkheid te reduceren tot eenduidige gegevens om zo controle te bewaren.

Dat Donners ideeën over die meerduidige werkelijkheid diep geworteld zijn wordt duidelijk in haar roman Lily. Hierin volgen we een roodharige 90 kilo zware Amsterdamse van lichte zeden. ‘Aan mijn lichaam kun je zien dat ik geen grenzen heb, en vertel me nu eens wat je met al die vrijheid gaat doen’, klinkt de slagzin waarmee ze haar lijf aanprijst. Ze werkt zowel in hotels als in een club, en heeft diverse klanten met uiteenlopende wensen. Ze speelt elke rol die van haar wordt gevraagd, want dat is volgens Lily wat een goede hoer doet. ‘Een goede hoer is niemand, maar kan iedereen zijn. Opdat de klant kan worden wie híj wil zijn.’

Donners hoer is een blije; met een opgeruimd karakter en een voorbeeldig arbeidsethos. Groter kan het contrast met beelden en reportages uit actualiteitenrubrieken haast niet zijn. Daarin zien we machteloze meisjes die misbruikt worden. Dat de politiek zich ook op deze vrouwen richt is begrijpelijk – maar, zo wil Donners verhaal, er is ook een groep die uit vrije wil en bij volle verstand in het leven zit. De mogelijkheid om voor een dergelijk bestaan te kiezen moet er zijn. Daarmee is Lily in de eerste plaats een filosofische roman over vrijheid (inclusief dus de aanvaarding van akelige consequenties). In het geval van Lily is het dat ze zich in elkaar laat slaan door een klant, en zich agressief laat penetreren. Heftige scènes zijn dat, die je doen afvragen of er niet toch een grens aan vrijheid zou moeten zitten.

Lily heeft meer te bieden. Ontroerend is bijvoorbeeld de rol van Faisel, Lily’s exotische chauffeur, die zich om haar gezondheid bekommert. Indrukwekkend zijn Donners observaties: ‘Een man liegt voornamelijk tegen zichzelf’. Helder en ritmisch is haar proza, goed gedocumenteerd haar verhaal: in een notendop presenteert Donner de geschiedenissen van beroemde courtisanes. Van Anna Boleyn tot La Belle Otero, naar wier borsten de koepels van het Carlton hotel in Cannes zijn gemodeleerd.

Waar lees je zoiets?

 

Marja Pruis (De Groene Amsterdammer)‘Houellebecquiaans bedriegelijke roman waarvan ik blij ben dat hij geschreven is’.

 

Anton de Goede (de Avonden): ‘Een ontdekking’.

 

28 april 2011 – De Groene Amsterdammer – Hassan Bahara bespreekt eerst een ander boek en schrijft dan over Lily:

Wel interessant, en oneindig veel levendiger, is de prostituee Lily, het titelpersonage uit het tweede boek van Marian Donner. De hedonistische, mollige en dartele Lily is een hoer uit overtuiging, een jonge vrouw voor wie het zintuiglijke bestaan (seks, drank, eten) boven alles gaat. Het vederlichte bestaan van Lily is een aaneenschakeling van schranspartijen, drankgelagen en wilde feestjes met bevriende prostituees die een net zo zorgeloze opvatting van prostitutie hebben. Lily is een ongebonden geest, kind van een biologe die een strikt materialistische kijk had op de verhouding tussen man en vrouw (ze zijn elkaar alleen seks voor de voortplanting verschuldigd, meer niet), een opvatting die kernachtig terugkomt in een van Lily’s vele motto’s: ‘We zijn vrij, dus zeg het maar.’

Een duidelijk plot of andere voortstuwende verwikkelingen lijken aanvankelijk afwezig in het boek. Lily fladdert voornamelijk van de ene klant naar de andere, sms’t, shopt, net zo lang tot zo veel lichtheid een ergerlijk gebrek aan substantie dreigt te worden, maar dan floept ze er onverwacht een geestige observatie uit, over de middelmaat waarin elke relatie vroeg of laat terechtkomt, over de economie van de prostitutie, over de voorspelbare lusten van de man.

Een minder sprankelend element in het boek is de beschrijving van prostitutie als bedrijf dat meer en meer ondermijnd wordt door het oprukkende zedenmeesterschap in de politiek. Parallel aan Lily’s stuurloos en zinnelijk leven ontvouwt zich het verhaal van LVG, een bordeel waar veel van Lily’s bevriende prostituees werken en dat sluiting boven het hoofd hangt. Een duidelijk herkenbare Lodewijk Asscher voert via de media en op straat een strijd tegen de seksuele uitbuiting van weerloze, minderjarige meisjes, maar dreigt in al zijn voortvarendheid ook vrouwen te treffen zoals Lily’s vriendinnen, vrouwen die niet het slachtoffer zijn van gewetenloze pooiers. Bij monde van verschillende personages drukt Donner een paar ideeën door over lichamelijke integriteit, de schaduwzijden van kapitalisme en grote-stedenpolitiek. Het is weliswaar een verhaallijn die een duidelijke richting opgaat, maar het is ook een bleke vertelling, zeker als het afgezet wordt tegen het verhaal van de doldrieste Lily, dat gaandeweg scherpere trekken krijgt.

Het schijnbaar onverwoestbare optimisme van Lily krijgt een paar aanvallen te verduren in de vorm van een zeurderige klant die verliefd op haar wordt en een klant die haar tot bloedens toe mishandelt. Vooral de laatste ervaring lijkt een definitief einde te maken aan Lily’s zorgeloze instelling, maar ze weet zich op te richten en verdedigt de beurse plekken op haar lichaam glorieus: ‘Ik wil het gewoon voelen (…). Ik wil niet praten, niet theoretiseren, ik wil niet bedenken wat we allemaal wel of niet zouden doen. (…) hij sloeg me hard, maar ik wist tenminste wat er gebeurde. Ik voelde de pijn en ik proefde het bloed.’ De zintuiglijke ervaring is voor haar het allerhoogste goed, voorzichtigheid en moralisme zitten het genot alleen maar in de weg. Een zonnige levensopvatting die Lily het hele boek spetterend tot uitdrukking brengt.

 

4 april 2011 – Vrij Nederland

‘Marian Donner werkte als telefoniste voor een escortbureau en deed daar inspiratie op voor haar tweede roman Lily, die zich afspeelt in de wereld van de betaalde seks. ‘Ik ben de hele wereld’, zegt prostituee Lily al vroeg in het boek. De hint is duidelijk: Lily staat model voor hoe het met de wereld is gesteld. En dat is niet zo best, want Lily is een vadsige en schaamteloze hoer die zich door haar klanten op alle mogelijke manieren laat gebruiken als ze maar genoeg geld neerleggen. Kapitalisme viert hoogtij, alles draait om het lichaam en om spullen, er bestaan geen grote ideeën en idealen meer – erg nieuw is het allemaal niet. Daar staat tegenover dat ze grappig en beeldend schrijft over de Amsterdamse hoerenwereld.’

17 maart 2011 – NRC Handelsblad (Sebastiaan Kort)

(…)

In de sturende roman die Lily is zijn Jasmins stevige aforismen niet misplaatst. Door alles heen merk je dat het boek geschreven is door iemand die toch vooral iets over de tekenen des tijds wil zeggen. Er worden kanttekeningen geplaatst bij pogingen de mens terug te brengen tot een set hersens, bij consumentisme als doekje voor het bloeden en bij de opkikker die men ervaart wanneer men rot werk ineens onder een interessant klinkende naam mag verrichten.

Ambitieus en bij vlagen best slim. Maar wat jammer dat het allemaal via zulke summier uitgebouwde personages moet gebeuren. Zo lijken de twee vriendinnen die het hoofdpersonage Lily vergezellen bijvoorbeeld eerder bij de Spice Girls te zijn weggelopen, dan uit een literair werk.

(…)

Geef een reactie