boekpresentatie | Lily

Op 27 januari 2011 nam Marja Pruis het eerste exemplaar van Lily in ontvangst. Ze hield een prachtige ontvangst-speech waarin ze onder andere zei: ‘boven alles is Lily een bedrieglijke roman, een Houellebecqaans bedrieglijke roman. Donner verpakt een keiharde moraal, deprimerend en kaal, in iets dat zich laat lezen als een sensuele avonturenroman.’

Om te concluderen: ‘Het is een sterke, eigenzinnige roman waarvan ik blij ben dat hij geschreven is.’

Hier is wat ik te zeggen had:

«Ik citeer, de inleiding van een essay van Marja Pruis, ʻStoute Mannenʼ getiteld:

ʻSteeds meer Nederlandse schrijvers van middelbare leeftijd doen leuk met romans waarin de held vooral omhoog zit met zijn geslachtsdeel. Een onderwerp van alle tijden, maar nieuw is dat deze zogeheten fucktion ook literair gewaardeerd wordt.ʼ

Marja Pruis beschrijft een literair klimaat waarin schrijvers als Robert Vuisje, PF Thomese en Ilja Leonard Pfeiffer: ʻop de schouders worden genomen in de pers, op televisie en bij alle andere mogelijke media. In dit klimaat maken hun mede-oudere jongens – liefhebbers van voetbal, popmuziek, cowboylaarzen, vrouwen en Martin Bril – de dienst uit; voortdurend zijn ze elkaar aan het feliciteren.ʼ

Ik vind dat een briljante omschrijving van de Wereld Draait Door, maar dat terzijde.

Het essay eindigt met de vraag of al die oudere jongens, in de vorm van recensenten en juryleden, misschien door middel van fucktion hun jeugd willen herbeleven. Bang als ze zijn om ʻvoorgoed het contact te verliezen met hun écht liefste vriend in bange tijden, hun liefste minnaar, bondgenoot door dik en dun.ʼ

Je zou ook kunnen zeggen dat dat het enige is dat ze nog hebben. En dat bedoel ik serieus, want overal waar je kijkt wordt de mens tot zijn lichaam gereduceerd. In reclames en videoclips vooral tot borsten en billen, in series als House en CSI tot bloed en speeksel, in een talkshow als Dr Phil waar iedereen te pas en te onpas aan de leugendetector wordt gelegd tot hartslag en zweet, in Nederlandse programmaʼs als DNA Onbekend en Wie is mijn vader tot genetisch materiaal. En in de literatuur, de fucktion, dus tot een ʻliefste vriendʼ. Of het doel van die liefste vriend.

Overal staat het lichaam centraal. In Lily heb ik willen laten zien wat dat met iemand doet.

Lily is gevormd door de wereld om haar heen: een wereld die ontdaan is van grote ideeën of vergezichten, een wereld die als het ware ʻonttoverdʼ is en nergens houvast biedt. Er is alleen nog het lichaam en dat lichaam is een product.

Op deze manier zou je mijn boek dus als een verlengstuk van de fucktion kunnen zien. Behalve dat de oudere jongens er bij mij zeer bekaaid vanaf komen en ze me dus zeker niet op de schouders zullen nemen. Maar daar kan ik mee leven geloof ik.»

Geef een reactie