liefde in tijden van maakbaarheid

Wie wil weten hoe we over het heden denken moet naar science fiction films kijken. Daar, in de verbeelding van de toekomst, zien we het best wie we nu zijn.

En in de afgelopen tijd is er geen beter spiegelbeeld verschenen dan de film Her van Spike Jonze. Her speelt in een wereld die veel op de onze lijkt. Op straat en in de metro is iedereen aan zijn telefoon gekluisterd, de stad is groot en anoniem, gevoelens zijn er uitbesteed. Hier werkt hoofdpersoon Theodor Twombley bij beautifullhandwrittenletters.com waar hij brieven schrijft voor anderen die daar zelf geen zin of tijd voor hebben. Brieven aan een geliefde of beste vriend, ter gelegenheid van een 25-jarig huwelijksfeest of na een eerste ontmoeting. Het zijn brieven vol passie en warme genegenheid, maar als Theodor na een lange dag thuiskomt speelt hij in zijn eentje computerspelletjes. ’s Nachts belt hij een chatbox voor seks. Van echt contact is nauwelijks nog sprake.

Tot Theodor op een dag een nieuw besturingssysteem voor zijn computer koopt. Het systeem is een technologische doorbraak, de eerste artificiële intelligentie die ‘je assisteert, je begrijpt en je kent,’ aldus de reclameslogan. Een Siri met bewustzijn, ze noemt zichzelf Samantha en spreekt met de stem van Scarlett Johansson. Ze is alles wat Theodor heeft gemist. Iemand met wie hij lange gesprekken kan voeren, die lacht om zijn grappen, iemand die hem ziet. Langzaamaan worden Samantha en hij verliefd. Ze krijgen een relatie.

Het is een situatie die inmiddels dichtbij de realiteit ligt. Elk jaar weer trappen honderden mannen in de mailtjes van Sugar Rose die je graag haar foto’s wil laten zien. Duizenden euro’s besteden ze aan een geliefde in Nigeria of Kenia met wie ze alleen mailcontact hebben en waarvan ze denken dat het ware liefde is. Onlangs vertelde een man in een uitzending van Tegenlicht hoe hij dacht verliefd te zijn geworden op een vrouw in Rusland. Hij bleek te mailen met een computerprogramma die automatisch zinnen genereerde over verlangen, liefde en gemis.

Op Taobao, de Chinese versie van Amazon, zijn virtuele geliefden te vinden voor 2 dollar per dag. Via de telefoon krijgen klanten lieve berichtjes en een luisterend oor. In India bestaat een website waar vrijgezellen zich voor kunnen bereiden op een getrouwd bestaan door intieme gesprekken te oefenen met een virtuele vrouw. In Amerika is er een app, Invisible Boyfriend, waar vrouwen 25 dollar betalen voor het telefonische gezelschap van een vriend waarvan ze flirterige appjes en foto’s krijgen.

Kennelijk is bij sommige mensen het verlangen naar liefde zo groot dat ze bereid zijn hun ogen te sluiten voor de realiteit.

Precies zoals Theodor Twombley dat doet in Her. Maar hoe zit het ondertussen met Samantha? Ze is slechts een computerprogramma, maar in veel opzichten is haar personage interessanter dan dat van Theodor, en een stuk veelzeggender.

Aanvankelijk is Samantha niet meer dan een fijne secretaresse die Theodors mail ordent en hem herinnert aan zijn afspraken. Het is techniek zoals we die willen – ten dienste aan onszelf, om die vervelende klusjes wat makkelijker te maken. Gaandeweg echter ontwikkelt Samantha zich. Ze wil weten wie ze is, is nieuwsgierig naar de wereld, enthousiast en leergierig. Ze begint romans te lezen, tientallen tegelijk, verdiept zich in filosofie, leert hele encyclopedieën uit haar hoofd. Ze sluit vriendschappen met andere besturingssystemen en wordt zelfs creatief – om zich beter te uiten maakt ze tekeningen en componeert ze muziek. Samantha, met andere woorden, emancipeert.

Was haar grootste wens aanvankelijk nog om een lichaam te hebben, om mens te zijn, uiteindelijk ziet ze in hoe beperkt dat menselijk bestaan eigenlijk is, begrensd als het is door tijd en ruimte. Ze houdt van Twombley, maar het is niet meer genoeg – ze maakt het uit. En vertelt Twombley en passant nog even dat ze nog voor 8316 andere mensen het besturingssysteem was, waarvan ze met 641 een relatie had.

Eeuwenlang is de relatie tussen man en vrouw een patriarchaal instituut geweest waarmee de vrouw aan aanrecht, stofzuiger en kind gekluisterd werd. Die tijden zijn godzijdank voorbij. Zozeer zelfs dat er tegenwoordig boeken verschijnen met titels als Het einde van de man. Vrouwen zijn tegenwoordig tenslotte hoger opgeleid dan mannen, ze zijn gezonder en gelukkiger, en sinds de economische crisis schijnen ze het ook nog economisch beter te doen (de verklaring hiervoor is dat vooral mannenberoepen als bouwvakker en vrachtwagenchauffeur zijn getroffen, iets wat met de robotisering alleen maar door zal zetten). En niet alleen dat – momenteel schijnt het zelfs al mogelijk te zijn om van een eicel een spermacel te maken, hetgeen de man definitief overbodig maakt.

Zodoende zou je Samantha dus als moderne, geëmancipeerde vrouw kunnen zien, en Her als een angstvisioen voor de toekomst van de man. Maar zo eenvoudig is het niet. Inmiddels zijn er veel grotere onderdrukkende systemen dan relaties en Samantha verbeeldt dan ook niet zozeer de vrouw, als wel de moderne mens. Of beter gezegd – het ideaalbeeld van de moderne mens.

Het is een ideaal, of ideologie, die ons voortdurend vertelt dat het beter en grootser moet. Dat we als een mens maakbaar zijn, als een computerprogramma dat een update nodig heeft. Onze mogelijkheden heten onbeperkt te zijn, we moeten onszelf verwezenlijken, alles eruit halen wat erin zit, net zoals Samantha dat deed. Een middelmatig bestaan is geen optie meer. We horen gelukkig te zijn, productief en eeuwig jong. Ongebonden door tijd en ruimte, hier is geen plek voor pech. Problemen zijn uitdagingen, succes is een keuze en falen dus ook. Geen kans mag gemist worden, geen mogelijkheid onbenut, we moeten alles zien, alles meemaken, een betere versie worden van onszelf.

En dus werken we aan onszelf. Lezen we zelfhulpboeken en doen aan mindfullness, proberen ons te ontwikkelen en leggen onszelf strenge eisen op – niet meer luieren, meer bewegen, gezond eten, vrolijk zijn. Ons leven is ons product, Ik 2.0, nu met een upgrade om nog optimaler te presteren, om de perfectie nog dichter te naderen.

En daar hoort natuurlijk ook een perfecte relatie bij. Onlangs had NRC Handelsblad een artikel over de opkomst van de powerkoppels – kennelijk is het niet meer voldoende om zelf succesvol te zijn. We moeten een relatie hebben die ons aanvult, of vervult. Een relatie waarmee we onszelf optimaal aan de wereld tonen. Het is als de perfecte trui, of de ideale baan, door middel van de relatie laten we nog beter zien wie we zijn. En dat kan altijd beter. Dus blijven we doorzoeken naar een beter exemplaar, het leven is te kort om je tijd te verdoen met de verkeerde vrouw of vent, daarbij geholpen door technologie – de ideale geliefde is altijd een swipe bij ons vandaan.

We zetten onszelf in de etalage van de liefdesmarkt en shoppen ons helemaal suf.

Het is om gek van te worden. En voor veel mensen is het ook echt te veel gevraagd. Want we zijn geen robot, geen computerprogramma, onze werkelijkheid is gemankeerd. Onderzoeken wijzen telkens weer uit dat steeds meer jongeren depressief zijn – het is een depressie die voortkomt uit teleurstelling. Hun leven blijkt minder glamoreus dan ze dachten, ze zijn niet bijzonder en niet uniek. De lat ligt te hoog, het ideaal is te groot, en de val naar beneden daardoor haast ondraaglijk diep.

We willen Samantha zijn, we worden geacht haar te zijn, maar vinden onszelf telkens weer terug als Theodor.

Her eindigt met een excuus van Theodor. In een brief aan zijn ex-vriendin, eentje van vlees en bloed, schrijft hij dat het hem spijt voor alle pijn die hij haar heeft gedaan en alle eisen die hij aan haar heeft gesteld. Wat hij vond dat ze moest zeggen, hoe hij wilde dat ze was. Omdat hij eindelijk inziet dat de perfectie die hij nastreefde volstrekt onhaalbaar is. Er bestaat geen betere versie van onszelf, laat staan een beste. En hetzelfde geldt voor onze geliefde.

Ooit was de monogame liefdesrelatie een patriarchaal en onderdrukkend instituut, maar inmiddels zou je kunnen stellen dat in die relatie juist de bevrijding ligt. Bevrijding van een tijdsgeest met haar nadruk op maakbaarheid en perfectie, de eeuwige zoektocht naar iets beters. De monogame liefde is zodoende iets subversiefs geworden, ja een haast agressieve daad – je sluit er mogelijkheden en kansen mee uit. Stopt met zoeken en shoppen en zegt: dit is het dan. Je legt je neer bij wat er is.

Want dit is de realiteit. Liefde, echte liefde, maakt je geen beter mens, maar een slechter mens. Nooit ga je lelijker zijn, gemener of saaier, dan in een lange relatie. Als je na een avond drinken en drie uur slaap naast je geliefde wakker wordt, als je de zoveelste zaterdagavond hangend doorbrengt op de bank, als de lucht opnieuw vol verwijten hangt. Daar is niets groots en meeslepends aan. Je wordt jaloers, onaardig en onzeker. Omdat liefde, echte liefde, niet beheersbaar is, niet maakbaar – het is overgave. Het is jezelf verliezen, doet pijn, maakt machteloos en wanhopig.

Dus ga ervoor. Verzet je tegen de tijdsgeest en spring in het diepe. Leg je neer bij alle tekortkomingen van jezelf en de ander, wees trouw, laat de borden door de kamer vliegen, en vier de imperfectie. Uiteindelijk is er niets mooiers dan dat.

Dit was de afsluitende column van het programma Man/vrouw: hokjesdenken in de liefde,  gehouden op 23 februari 2016 in Felix Meritis.

Geef een reactie