de gevaarlijkste van allemaal

Wat doet het ertoe? Wat doet ertoe dat iemand intellectueel nogal wat beperkingen heeft?

Conservatieve fanatici als Hans Jansen en Mariska Orbán-de Haas bijvoorbeeld: je kunt je erover opwinden, maar waarom zou je? Allebei zijn vooral veevoer voor de media. En 1 ding is zeker: zodra je aan mag schuiven bij Pauw en Witteman, of een column krijgt in nrcnext, ben je gedomesticeerd. Goed voor af en toe wat sensatie, maar verder volstrekt ongevaarlijk.

Nee, wie ertoe doen zijn de schijnbaar onbeduidende burgermannetjes in de schaduw. Iemand als Tim Kuik. Directeur van Stichting Brein en knecht van de entertainmentindustrie. De man van orde en tucht. Omdat regels nu eenmaal regels zijn. Als het moet speurt Kuik nachtenlang het web af naar 12-jarige stoute jongetjes.

Zijn tactiek is er een van uitputting, zegt hij zelf. Vanuit zijn loopgraaf blijft hij komen. ‘The Art of protecting the Creative’ noemt hij dat. Een staaltje onvervalste Orwelliaanse Newspeak, waarin oorlog vrede is, vrijheid slavernij en creativiteit commercie.

Voor Kuik is het toppunt van creativiteit een romcom met Sandra Bullock. Het liedje van Moby dat zo leuk klinkt bij die wasmiddelenreclame. De software van mediagiganten met meer patenten dan een gemiddeld farmaceutisch bedrijf. Wat Kuik beschermt zijn de Sonys en Time Warners van deze wereld. De multinationals die met hun absurde winstmarges al decennialang piraterij plegen op onze portemonnee. Filesharing is niets anders dan een middelvinger terug.

En precies dat is de vrijheid die Kuik en zijn meesters zo vrezen. Het gaat niet om de virtuele verliezen van de virtuele winsten. Niet om de zo geliefde slogan dat je gewoon ‘met je poten van andermans spullen af moet blijven’. Nee, de inzet is controle. Wie bepaalt het aanbod? Dat is de vraag.

Elk nieuw communicatiemiddel heeft het doorgemaakt. Of het nu radio, film of tv was. Allemaal vervielen ze van vrij toegankelijke systemen tot gecontroleerde media. Ooit bezaten meer dan twee miljoen Amerikanen hun eigen radiostation. Tot het bedrijfsleven een rechtszaak startte. Sindsdien klinkt alles hetzelfde.

Het begint met vrijheid en eindigt met uniformiteit. Met een mono-cultuur van kant-en-klare, voorverpakte sensatie waarin alles even ongevaarlijk is. Die iedereen ketent in een apathische passiviteit.

Internet doorbreekt dat. In potentie is het zelfs de bron van een hele nieuwe economische orde. Want opeens hebben consumenten macht. Macht om te produceren. Om zelf het aanbod te bepalen, buiten geldbeluste gatekeepers, marktconforme creativiteit en target audiences om.

De oude molochs zouden wel eens buiten spel kunnen worden gezet. En dus hebben ze de aanval ingezet. Met voorop hun slaven, de schoothondjes die onvermoeibaar blijven jagen. Want de afbraak van internet gebeurt steen voor steen, maar alles begint met de jurisprudentie om een website af te sluiten. Alles begint met vrijheidsberoving uit naam van creativiteit. Alles begint met Tim Kuik. De knecht in krijtstreep die ons wil ontnemen wat hij zelf mist. Nooit zal hij begrijpen wat ware creativiteit is, wat de waarde van vrijheid en sharing. En dus zal hij niet rusten eer iedereen, net als hij, aan de leiband ligt van de geestdodende en uitbuitende entertainmentindustrie.

Kuik zal het ontkennen. Zal zeggen dat hij alleen het goede wilde doen. Dat hij slechts bevelen opvolgde. En dat regels nu eenmaal regels zijn. Maar zoals bekend: dat zijn de gevaarlijksten van allemaal.

Dit was mijn bijdrage aan de Avond van de Polemiek die op 2 november in De Balie werd gehouden. Het stuk stond 7 november in Het Parool. 

Geef een reactie